De geschiedenis van teletekst

De geschiedenis van teletekst begint in Engeland. De BBC zocht naar manieren om te zorgen dat doven en slechthorenden de gesproken tekst konden volgen, zodat ze de programma’s konden begrijpen. In ons eigen land was er wel vraag naar, maar de NOS meende dat het technisch niet kon. De Britten bewezen het tegendeel. In 1972 kondigden ze het aan en in 1974 gingen de eerste uitzendingen van start. De gewone ondertiteling, zoals we die in Nederland kennen bij buitenlandse programma’s, bestond al wel eerder. Het teletekst idee bestond daarin dat je optioneel de ondertiteling kon inschakelen, zonder dat iedereen het te zien kreeg. Het duurde nog een aantal jaren voordat de andere landen zouden volgen.

Andere doeleinden

Al snel zag men in dat de techniek voor meer doeleinden gebruikt kon worden dan alleen ondertiteling voor doven. Je kon er veel informatie mee doorgeven. Na de start in Engeland ging men vanuit Nederland kijken hoe het werkte. Tegelijkertijd begon de discussie met de politiek, want er moest wel subsidie komen voor het nieuwe systeem. Vanaf het begin was teletekst in Nederland al meer dan alleen ondertiteling. Pagina 101 met de nieuwsfeiten werd meteen ingesteld. Na een testfase en goedkeuring van de politiek begon de NOS in 1980 met uitzenden.

Zeggenschap

Teletekst is in opzet en model vanaf het begin hetzelfde gebleven. Maar er is wel veel discussie geweest wie de pagina’s mocht vullen. De kranten wilden invloed, maar kregen het niet. De publieke omroepen wilden hetzelfde. Na veel discussie kregen die elk een eigen pagina voor hun nieuws. Officieel hebben ze die nog steeds (in de serie 300-399), maar slechts weinig omroepen maken er nu nog gebruik van. Het bleek dat ze weinig aanvulden op de rest van teletekst. Bovendien wordt de inhoud van programma’s al weergegeven in de afdeling 200. Daarnaast wilde het ANP ook meedoen. Ze mocht een aantal jaren deel uitmaken van de redactie, maar die samenwerking is in 1994 beëindigd.